U-waarde kozijn en glasmontage

In vergelijking met de niet-transparante gebouwschil heeft glas in het algemeen een lage isolatiewaarde: Ugevel <0,4 W/m²K, terwijl voor HR++-glas (inclusief kozijn) indicatief geldt Uglas = 1,8 W/m²K. Gezien de lage isolatiewaarde van glas is de isolatiewaarde van het glas en het kozijn van groot belang voor een correcte transmissieberekening. 

Wanneer het type glas in de spouw vermeld staat, volstaat een controle of het type glas overeenkomt met de U-waarde zoals vermeld in de EPC-berekening. Hiervoor dient het volgende tabel gebruikt te worden.

  U-Waarde glas met kozijn (W/m2.K)
Type glas Minimaal Maximaal
Enkel glas - 5,1
Dubbel glas 3,2 2,8
Dubbel HR glas 2,3 2,0
Dubbel HR+ glas 2,0 1,7
Dubbel HR++ glas 1,7 1,6
Drievoudig HR+++ glas 1,5 <1,2

Staat in de spouw het type glas niet vermeld, dat wordt op basis van waargenomen kenmerken (dikte glas, opbouw, spouw, kozijntype et cetera) de U-waarde bepaald volgens hoofdstuk 7 van NEN 1068 en NPR 2068.

Op basis van afwijkende waarnemingen wordt de U-waarde van het kozijn opnieuw berekend. Wanneer de U-waarde de maximale afwijking van 0,1 W/m2K bij minimaal 10% van het gecontroleerde glasoppervlak overschrijdt, past het programma de EPC-berekening aan.

 

Coating op het glas

De beter isolerende glassoorten zijn vaak voorzien van een coating. Deze coating kan twee functies hebben, namelijk beperking van de zontoetreding en beperking van de stralingsverliezen. Meestal is de coating aangebracht aan de spouwzijde van de binnenruit. Voor een effectief functioneren, is het van belang dat de gecoate glasplaat juist wordt gepositioneerd.
Wanneer het glas foutief is aangebracht, worden de U-waarden automatisch door het programma gecorrigeerd met -0,1 W/m²K.
 

Instructie


Algemeen
Inzake steekproefgrootte worden minimaal 30% van het glasoppervlak gecontroleerd en de volgende vuistregels gehanteerd.

Grondgebonden woningen
1. Bij gelijke kozijntypes: minimaal twee kozijnen per etage.
2. Bij meerdere kozijntypes: inspectie van minimaal één kozijn per kozijntype en minimaal twee kozijnen per etage.

Gestapelde woningbouw
1. Bij gelijke kozijntypes, verdeeld over verschillende lagen:
1a. inspectie per kozijntype, maar niet meer dan twee inspecties per woonlaag;
1b. wanneer gemeenschappelijke ruimten zijn voorzien van kozijnen, minimaal één kozijn inspecteren van een gemeenschappelijke ruimte.

2. Bij onderling afwijkende kozijnen:
2a. inspectie van elk kozijntype per woonlaag;
2b. wanneer gemeenschappelijke ruimten zijn voorzien van kozijnen, minimaal één kozijn inspecteren van een gemeenschappelijke ruimte.

 Bij constatering van afwijkingen wordt het volgende vastgelegd.

1. Typering toegepast kozijn en glas.
2. Geconstateerde afwijking (te ondersteunen met fotomateriaal).


Daarnaast wordt per geconstateerde afwijking één extra inspectie uitgevoerd, tot een maximum van twee extra inspecties per woning en zes extra inspecties per woongebouw.

Kozijntype
Het kozijntype betreft toegepast materiaal en toepassing van thermische onderbreking bij metalen kozijnen, zie figuur 4.1 en figuur 4.2. Deze onderbreking in het kozijn is zichtbaar wanneer een te openen deel in het kozijn wordt geopend.

Kozijn zónder thermische onderbreking

Kozijn mét thermische onderbreking

Glastype
Het glastype betreft de U-waarde van de toegepaste beglazing. Dit is vast te stellen op basis van de informatie in de glassponning of glasspouw en/of het bepalen van het glassoort en de spouwdikte.

Glasmontage
Door onzorgvuldige montage is het mogelijk dat de gecoate glaslaag op de spouwzijde van de buitenruit zit in plaats van op de spouwzijde van de binnenruit. Dit is te controleren door met een vlammetje van een aansteker te kijken naar de spiegelingen van het vlammetje. Wordt de aansteker in de woning bij het glas gehouden, dan moet ten opzichte van de eerste spiegeling, de tweede spiegeling anders van kleur zijn (vaak is deze groener). Wanneer aan de buitenkant naar het glas gekeken wordt, is dit de derde spiegelin

 1. Selecteer de transparante delen waar de steekproef wordt uitgevoerd (minimaal 30%).
 2. Ga naar het volgende scherm.
 3. Bepaal  het kozijntype en selecteer deze in de tabel.
 4. Bepaal of het type glas overeenkomt met de ingevoerde U-waarde.
 5. Wanneer nodig, bepaal het type glas en voer dit in de tabel in.
 6. Wanneer nodig, bepaal de spouwbreedte tussen het glas en voer dit in de tabel in.
 7. Bepaal of het glas goed gemonteerd is en geef in de tabel aan of en waar de coatingslaag zich bevindt.
 8. Wanneer een afwijking geconstateerd wordt, maak dan een foto van de afwijking.
 9. Voeg, wanneer zinvol, een opmerking toe.
10. Controleer de invoer door de betreffende regels in de lijst met resultaten te controleren en bij goedkeuring het vakje voor de regel aan te vinken.